Zovelen… zijn kinderen Gods

“Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods”
Romeinen 8:14

Mogelijk zit u ook weleens met die vraag. Misschien is dat ook uw grote levensvraag geworden. U gaat ’s zondags naar de kerk, u hebt uw hele leven al onder het Woord van God geleefd, u weet het allemaal zo goed, maar nu de grote vraag: ben ik eigenlijk persoonlijk ook al echt een kind van God?
Immers, u voelt dat het daar voor u persoonlijk op aankomt en met een misschientje durft u het niet te wagen. U zou het zo graag zéker willen weten. Ja toch? Welnu, luister dan ook maar eens goed naar het Woord van deze tekst.
Immers hoevelen (en wie) zijn er nu eigenlijk kinderen Gods?
Gods Woord zegt het hier duidelijk. Luistert u maar: “Zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods”, Zovelen. Dat sluit in en dat sluit uit. Zóvelen! Dat wil zeggen: die allemaal, maar die ook alléén. Niet één minder, maar ook niet één meer… Zóvelen als er door de Geest Gods geleid worden. Voelt u: dat is dus het criterium waar het om draait. Daar komt het ten diepste op aan. Of we geleid worden door de Geest Gods. Door die Heilige Pinkstergeest Die daar eens ook in Jeruzalem is uitgestort.
Zó geleid dat die Geest in ons leven werkelijk ook de leiding heeft! Die Geest die dode zondaren wederbaart en vernieuwt. Die ontdekt en ontgrondt. Die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Die doet wenen over je schuld en zonde en leert roepen om genade. Die plaatsmaakt en heenleidt naar de Heere Jezus Christus om ’t uit Hem te nemen en aan zondaren voor te stellen en deelachtig te maken. Die die gezegende Christus gaat verheerlijken, bij de aanvang maar ook hoe langer hoe meer en telkens weer.
Die Heilige Geest is ook de Geest van Christus zodat een ieder die door Gods Geest geleid wordt het ook hoe langer hoe meer in die gezegende Christus leert zoeken en vinden en uit Hem en Zijn borgtochtelijk verzoeningswerk leert leven! Nog één ding. Die Geest leidt ook dóór en naar het Woord. Dat Woord is als het ware de “leidraad” van de Heilige Geest, waarom een ieder die door die Geest geleid wordt dat Woord ook zo lief krijgt en naar dat Woord ook zo begeert te leven al meer.
“Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast”. “En die gezocht door Uwe Geest gedreven”. Dan komt er ook een wandelen naar de Geest en een strijden en breken met het vlees. Het vorige vers zegt: “Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven”. Dan is er ook in je eigen leven de strijd tussen vlees en Geest, tussen die oude mens der zonde en dat nieuwe leven dat uit God is. De Heilige Geest leidt een zondaar ook op de weg der heiligmaking en godzaligheid!
Welnu, worden wij zo al door die Geest geleid? Zóvelen toch als er door de Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods. Neen, let wel, niet dus zonder meer zóvelen als er trouw naar de kerk gaan ’s zondags, als er gedoopt zijn, belijdenis doen en Avondmaal vieren. Neen, maar zóvelen als er door die Geest geleid worden! Ach, en van nature worden we dat toch geen van allen Dan worden we ten diepste zelfs alleen maar geleid door een andere geest. Door die boze geest uit de afgrond namelijk, waarom we van nature toch ook geen van allen een kind van God, maar toch eigenlijk alleen ook maar een kind van de duivel zijn. “Want gij zijt uit uw vader, de duivel”, zegt Jezus Zelf! Is het bij ons al veranderd? Worden ook wij al door de Geest Gods geleid? Dan alleen, maar ook zeker, zijn wij toch werkelijk een kind van God!
Een kind van God, ja, en daar valt hier zelfs ook de volle nadruk op: zóvelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. O, al zou het zelfs nog maar zo in beginsel zijn, maar allen die werkelijk door die Geest Gods geleid worden, die zijn nu werkelijk in de volle en diepe zin van dat rijke Woord echt ook kinderen Gods! Kinderen, ja, en dus ook géén slaven. “Want gij hebt niet ontvangen de Geest van de dienstbaarheid wederom tot vreze, maar gij hebt ontvangen de Geest van de aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!”
Kan het nog heerlijker? Kan het nog rijker? Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn! Erenamen, al te samen. Vorstentitels zijn maar schijn. Niets zo heerlijk, zo begeerlijk, dan een kind van God te zijn.
Mag u het ook al zijn? Wordt u ook al door die Geest van God geleid?

Wijlen ds. G. Bouw.