Van Simon gezien

Van Simon gezien Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien. Lukas 24:34

Dit getuigenis beluisteren we bij de blijde uitroep van de verheugde discipelen tot de wedergekeerde Emmaüsgangers aan het einde van de dag der opstanding: De Heere is waarlijk opgestaan. Hoe groot was de trouw en liefde van de Herder Die hen uit de strikken en banden van het ongeloof verloste! Aan het einde van die eerste dag zijn ze dan ook in verheugde zielenstemming bijeen. De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag. Toch Pasen! De Heere is waarlijk opgestaan, ook voor Simon! Als er één in de banden heeft gezeten is hij het geweest. Niet voor niets lezen we dat hij afzonderlijk een boodschap van de opstanding kreeg: “Zeg het zijn discipelen, en Petrus!” Wat een rijke bemoediging! Het allergrootste is echter wel dat Christus Zichzelf openbaart aan hem, ongetwijfeld op de middag van die eerste dag. En dat nog wel als eerste van de discipelen. Opmerkelijk! Bij de vrouwen is Maria Magdalena de eerste aan wie Jezus verschijnt. Bij de jongeren is dat Petrus. Welk een vrijmacht des Heeren, welk een liefde! Dat verstaan de andere discipelen, want ze zeggen niet: en is van Petrus gezien, maar van Simon. Daarin komt God alleen de eer toe. Petrus werd als Simon, zoon van Jonas, geroepen. Simon betekent ‘gehoorzamende horende’, dat wil zeggen: luisterende naar elke stem, de licht bewogene, de onvaste. Zonder God in de wereld en zonder hoop voor de toekomst. Maar de Heere heeft hem gemaakt tot een ‘rotsman‘. Hoe rijk kwam die genade uit in zijn belijdenis: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Maar gelijk het geldt van ieder kind des Heeren: Petrus werd een tweemens. We zien duidelijk in zijn leven de strijd tussen de oude en de nieuwe mens: als hij, wandelende op de zee, in de golven zinkt, bij zijn verklaring in de paaszaal: “Ik zal mijn leven voor U zetten”. En wel in het bijzonder in de zaal van Kajafas, waar hij zijn Heere driemaal verloochende en zich openbaarde als een vreesachtige, als een wereldling, een leugenaar, ja een meinedige en vloeker! En daarom is het enkel ’s Heeren ondoorgrondelijke trouw waardoor hij beweldadigd wordt en de Heere mag ontmoeten. Onvergetelijk wordt voor Petrus Jezus’ verschijning op die middag van de opstandingsdag. We lezen niets van wat er gesproken wordt in deze ontmoeting. We weten daar niets van en toch ook weer wel, want zeker is dat de Heere menigvuldig geeft en niet verwijt. Dit ervaren allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat juist wordt het grote wonder. Hij handelt nooit met ons naar onze zonden, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Petrus moet erkennen: Ja Heere, ik ben het eeuwig verderf waardig. Maar Christus betuigt: Mijn kind, Ik ben voor u naar de hel gegaan om de straf uit te boeten. Schrijft Petrus niet later in zijn brief: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”? En schrijft hij niet: “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen”! Welk een troost vloeit er voort uit deze verschijning: voor Petrus want het is tussen zijn Heere en hem vlak, voor de discipelen, want: hetzij dat één lijdt, zo lijden al de leden mede, voor Gods kind, opdat het moed mag scheppen uit zijn behoudenis: en is van Simon gezien. Maar nu is het voor ons de vraag: is Hij ook van mij gezien? Ken ik Hem door bevindelijke kennis, uit het Woord, door de Heilige Geest? Paulus getuigt: en ten laatste is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Verstandelijke kennis van God is niet genoeg. Er kan veel beschouwende kennis zijn welke straks bij het sterven wegvalt. Onderzoeken we onszelf in deze. Smeek om ontdekkend licht opdat ge u niet bedriegt voor de eeuwigheid. Het is nog het heden der genade. Welk een ontmoeting in die opperzaal! Ja, het wordt daar rijk. Wat zal het groot zijn wanneer Gods kinderen elkaar eens zo mogen ontmoeten met: Komt luistert toe, gij Godgezinden, gij, die de HEER’ van harte vreest, Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! Dan worden de voorsmaken genoten van de eeuwige zaligheid, bereid voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad op de bruiloft des Lams! Daarvan deelgenoot te mogen worden is het grootste wonder voor hen die zich als ‘Simon’ leren kennen.

Wijlen ds. H. van Leeuwen