De weg

 

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg”
Johannes 14:6a

Een weg komt ergens vandaan en een weg gaat ergens naar toe. Dat geldt ook van de weg waar de Heere Jezus hiervan zegt dat Hij dat Zelf is. Hij is de Weg naar het Vaderhuis met zijn vele woningen, waar Hij heen gaat om daar ook voor al de Zijnen een plaats te bereiden. Hij is dus de Weg naar de hemel, naar het eeuwige leven, naar de eeuwige volkomen genieting van de zaligheid uiteindelijk zelfs in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Die Weg komt bij God Zelf vandaan. Neen, niet bij de mens. Bij de mens vandaan is er sinds de zondeval zelfs geen enkele weg naar God en naar de eeuwige zaligheid en het echte geluk meer overgebleven of te verwachten. Dat kan zelfs nooit meer. Door de zondeval zijn van de gevallen mens zelf uit alle wegen opgebroken. Is er eigenlijk maar één weg overgebleven, maar dan niet naar de eeuwige gelukzaligheid, maar naar de eeuwige rampzaligheid, een weg naar de hel. En daarom dat wonder, dat er nu toch nog weer een weg ontsloten is. En dat nog wel door God Zelf. Vanuit Zijn bewogen en ontfermend liefdeshart. Want alzo lief heeft God de wereld, de van Hem afgevallen wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Gegeven in de kribbe van Bethlehem, gegeven tot in de vloekdood aan het kruis, gegeven om in de weg en op grond van Zijn borgtochtelijk verzoeningswerk weer een verse en levende weg tot het Vaderhart en Vaderhuis te banen, te ontsluiten.  Een verse en levende weg, waarlangs verloren zondaren, met belijdenis van zonde en schuld, weer met God verzoend en voor eeuwig zalig kunnen worden. Heere, waar dan heen? Tot U alleen, Gij zult ons niet verstoten, Uw eigen Zoon, heeft tot Uw troon, de weg ons weer ontsloten! De Heere Jezus zegt het hier Zelf tegen Thomas, en ook tegen ons: “En waar Ik heenga weet gij en de weg weet gij. Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet waar Gij heen gaat en hoe kunnen wij de weg weten? Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg….niemand komt tot de Vader dan door Mij.” De Heere Jezus is DE WEG. Niet EEN weg, naast vele andere wegen. Hij alleen is de enige weg. Alle andere wegen en zijpaden, buiten of naast Hem, of het nu wegen van zondige ongerechtigheid of van vrome godsdienstige eigen gerechtigheid zijn of van welke ander religieuze gezindheid ook, zijn doodlopende wegen. Gods Woord zegt in Handelingen 4:12: “En de zaligheid is in geen Ander, want onder de hemel is geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden.” We worden alleen door Jezus zalig of we worden helemaal niet zalig. Jezus is de Weg. De enige Weg… Ja, maar ook de volkomen veilige en zekere en betrouwbare Weg. Wie tot die Weg leert vluchten en op die Weg leert wandelen, zal ook niet omkomen of verdwalen in der eeuwigheid. Die mens kan nog wel eens van de weg afdwalen, maar voor altijd verdwalen en omkomen kan of zal zo iemand nooit meer. Die komt thuis, voor eeuwig thuis. Ondanks alles en ook dwars door alles heen in dat Vaderhuis met zijn vele woningen. Hij is bezig een plaats voor hen te bereiden. Geld dat ook voor u? Kent u deze weg? Wandelt u op deze weg? Of….leeft u voor eigen hart en rekening en wandelt u op een weg naar het goeddunken van uw eigen hart. Weet dan eigen wegen eindigen in de dood, de eeuwige dood. Deze Weg eindigt in het leven, het eeuwige leven. Wandelt dan op dezelve en gij zult rust vinden voor uw zielen.

Wijlen ds. G. Bouw